13 juni 2024

Werkelijk rendement in box 3 volgens Hoge Raad uitspraak 6 juni

De Nederlandse journalistiek wond er geen doekjes om: “Miljardentegenvaller voor regering”. Maar is dat ook zo? Betekent deze uitspraak inderdaad de spreekwoordelijke strop voor de overheid of lijkt het toch los te lopen? Wij informeren u graag over wat bekend is over de wijze waarop het werkelijk rendement wordt vastgesteld en of u al eventueel in actie moet komen.

Werkelijk rendement bepalen
De Hoge Raad heeft toegelicht op welke wijze het werkelijk rendement bepaald moet worden. Bij de vaststelling van het rendement dient het volledige vermogen in box 3 te worden meegenomen, zonder aftrek van het heffingsvrije vermogen (2024: EUR 57.000). Hierbij gaat het om het nominale rendement, zonder rekening te houden met inflatie.

Onder werkelijk rendement vallen de inkomsten uit het vermogen (zoals rente, dividend en huur) en positieve en negatieve waardeveranderingen van dit vermogen. Het werkelijk rendement dient volgens de Hoge Raad jaarlijks vastgesteld te worden. Omdat wettelijk is vastgelegd dat het te belasten vermogen niet negatief kan zijn, betekent dit dat in verliesjaren een deel van het rendement verloren gaat.

Ook ongerealiseerde waardeveranderingen zullen tot het werkelijk rendement behoren. Heeft u een vakantiewoning die volledig zelf wordt gebruikt? Dan is dit een domper. Diverse lagere rechters hadden de afgelopen maanden namelijk  bepaald dat daar geen rendement aan kon worden toegekend en er dus geen belasting over verschuldigd was. Door de arresten van afgelopen donderdag zal de waardeontwikkeling van de vakantiewoning toch in de heffingsgrondslag moeten worden meegenomen.

Met kosten wordt in box 3 geen rekening gehouden, met uitzondering van rentekosten die zien op schulden in box 3. Stel dat u belegt in aandelen of obligaties dan kunt u de kosten van het vermogensbeheer door de bank niet meenemen in het bepalen van het rendement. Voor de vastgoedbelegger geldt dat de kosten, zoals onderhoud, beheer, verzekering, gemeentelijke belastingen etc., niet in mindering gebracht mogen worden op de huur.

Het lijkt erop dat de uitspraak voor veel beleggers toch minder voordeel zal opleveren dan zij wellicht verwachten. Voor diegenen die een aanzienlijk deel van hun vermogen hebben belegd in zogenoemde familiebankleningen, kan de uitspraak overig wel gunstig uitpakken. Dergelijke leningen moeten een marktconforme rente dragen. Als de werkelijke rente 2% bedraagt en de forfaitaire rente is 6% dan kunnen de arresten een teruggaaf betekenen. Ook als u een aanzienlijk deel van het vermogen hebt gefinancierd met leningen, die een hogere rente dragen dan de ca. 2,46% waarvan de wetgever uitgaat, kan u mogelijk een voordeel ontlenen aan deze arresten.

En hoe nu verder?
De staatssecretaris heeft al voorbereidingen getroffen voor het geval hij ongelijk zou krijgen in de box 3-rechtszaken. De bedoeling is dat er een (digitaal) formulier ‘Opgaaf werkelijk rendement’ komt voor diegenen die recht hebben op vermindering van hun belastingaanslag naar aanleiding van deze arresten. Op dat formulier kunt u zelf aangegeven welk werkelijk rendement is behaald in het betreffende jaar. Het formulier lijkt op de aangifte inkomstenbelasting. Dit formulier is nog niet beschikbaar.

Vooralsnog lijkt het erop, dat u alleen in aanmerking komt voor rechtsherstel voor box 3 als u nog geen definitieve aanslag hebt gekregen of als u bezwaar heeft gemaakt tegen een definitieve aanslag. Let goed op als u aanslagen krijgt of deze definitief worden opgelegd en of in dat geval bezwaar nodig is.

Heeft u vragen? Wij zijn graag bereid om met u mee te kijken.