5 februari 2024

Na twee decennia rente op erfrechtelijke schulden!

Met ingang van het nieuwe jaar is de wettelijke rente verhoogd naar 7%. Voor het eerst in 20 jaar is de langstlevende rente verschuldigd over de schulden die zijn ontstaan uit hoofde van een wettelijke verdeling. Dit is de verdeling die sinds 2003 in de wet is opgenomen voor het geval geen testament is gemaakt.

De wettelijke regeling houdt in dat de langstlevende echtgenoot en de kinderen voor gelijke delen erfgenaam zijn. De volledige erfenis komt toe aan de langstlevende. De kinderen krijgen daardoor een geldvordering op de langstlevende ter hoogte van hun erfdeel. Deze vordering kunnen de kinderen meestal pas opeisen na het overlijden van de partner.

De overledene en/of de langstlevende en de kinderen kunnen afspraken maken over de rente op deze vordering. Als dit niet is gebeurd, dan bepaalt de wet dat de langstlevende over de vordering een rente is verschuldigd aan de kinderen, voor zover de wettelijke rente hoger is dan 6%. U telt dus alleen rente bij voor zover deze hoger is dan 6%.

Vanaf de invoering van de wettelijke verdeling is het rentepercentage nog niet eerder de 6% ontstegen. Bij de huidige wettelijke rente van 7% zal de langstlevende 1% per jaar moeten bijtellen. Het gaat hier om een enkelvoudige rente die over de hoofdsom wordt berekend vanaf de dag waarop de nalatenschap is opengevallen. Dit geldt zowel voor nieuwe vorderingen als bestaande vorderingen.

Ter illustratie: Uw vader is op 1 januari 2023 overleden en de wettelijke verdeling is van toepassing. U bent samen met uw moeder erfgenaam. De totale nalatenschap is € 200.000, dus uw erfdeel is €100.000. U heeft een vordering van een ton op uw moeder. Nu de rente in 2023 niet hoger was dan 6%, is geen rente verschuldigd. In 2023 bleef de vordering dus een ton. In 2024 is wettelijke rente 7% en wordt er (7%-6%) 1% bijgeschreven bij uw vordering. Op 1 januari 2025 is uw vordering dan (€ 100.000 x 1%) € 101.000.

Heeft u vragen? Uiteraard denken wij graag met u mee.