18 maart 2024

Hoge Raad verstrekt fiscale kaders voor aangaan of wijzigen huwelijkse voorwaarden

Op 16 februari heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen voor de praktijk. Hij boog zich over de vraag of sprake is van een (belaste) schenking als echtgenoten hun huwelijkse voorwaarden, in het zicht van het overlijden, zo aanpassen dat zij voor ongelijke delen gerechtigd worden tot de huwelijksgemeenschap.

Voorliggende casus

De echtgenoten hadden al meer dan 30 jaar een affectieve relatie. In 2015 trouwen zij in gemeenschap van goederen. Ieder is daardoor gerechtigd tot 50% van het aanwezige vermogen. Tijdens het huwelijk gaan zij huwelijkse voorwaarden aan. Op basis daarvan wordt meneer gerechtigd tot 10% van de huwelijksgemeenschap en mevrouw gerechtigd tot 90%.

Bij het invoeren van de huwelijkse voorwaarden is meneer al ernstig ziek. Binnen twee maanden overlijdt hij. Mevrouw is zijn enige erfgenaam. Zij hebben geen kinderen. Op basis van de huwelijkse voorwaarden is mevrouw gerechtigd tot 90% van het aanwezige huwelijksvermogen (onbelast). Dit betekent dat slechts 10% van het huwelijksvermogen via het erfrecht (belast met erfbelasting) naar mevrouw vererft.

Conclusie

De Hoge Raad oordeelt dat het aangaan van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk geen schenking vormt. Ook niet als de echtgenoten daardoor voor ongelijke delen worden gerechtigd tot de huwelijksgemeenschap. Daarnaast is er ook geen sprake van een fictieve erfrechtelijke verkrijging door mevrouw in dit geval. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan het aangaan van huwelijkse voorwaarden namelijk worden gezien als wetsontduiking (fraus legis). Dit is alleen het geval als:

  • Het ontgaan van erfbelasting het doorslaggevende motief is geweest voor het aangaan van de huwelijkse voorwaarden; én
  • Als – in dit geval – op het moment van aangaan van de huwelijkse voorwaarden zo goed als zeker is dat de echtgenoot, die door de huwelijkse voorwaarden voor het kleinste deel gerechtigd is tot het gemeenschappelijke vermogen, eerder zal overlijden dan de andere echtgenoot.

In dat geval kan de wijziging in de gerechtigdheid tot het gezamenlijke vermogen geen andere praktische betekenis hebben dan het vermijden van erfbelasting. Gezien de feiten in deze casus lijkt niet snel sprake te zijn van een schenking.

Belang voor de praktijk

De Hoge Raad heeft de kaders gesteld waarbinnen echtgenoten tijdens het huwelijk invulling kunnen geven aan hun wens om financieel voor elkaar te zorgen, zonder dat sprake is van een schenking of (fictieve) erfrechtelijke verkrijging. Per situatie zal beoordeeld moeten worden of men bij het aangaan van de huwelijkse voorwaarden binnen deze kaders blijft.

Deze uitspraak kan ook handvatten bieden in andere situaties waarin het huwelijksgoederenregime wordt gewijzigd kort voor ontbinding van het huwelijk. Hierbij kan gedacht worden aan echtgenoten die huwelijkse voorwaarden aangaan of een (beperkte) gemeenschap van goederen aangaan kort voor echtscheiding. Mogelijk geldt ook in die gevallen dat in de basis geen sprake is van een belaste schenking, tenzij een echtscheiding ‘zo goed als zeker is’. In dat geval zou bij een wijziging van het huwelijksgoederenregime dan mogelijk wél sprake kunnen zijn van een (belaste) verkrijging.  

Heeft u vragen? Uiteraard denken wij graag met u mee.