13 juni 2024

D-Day-arresten: box 3 nog steeds niet Mensenrechten-proof

Precies tachtig jaar na D-day heeft de Hoge Raad op 6 juni jl. in vervolg op het inmiddels beroemde Kerstarrest (24 december 2021) wederom een belangrijke uitspraak gedaan over box 3. In de vijf “D-day-arresten” lag de vraag voor of de Herstelwet (voor belastingjaren 2017 tot en met 2022) en de Overbruggingswet (vanaf 2023) in strijd zijn met het Europese recht. De Hoge Raad beantwoordde deze vraag bevestigend.

Kerstarrest van 24 december 2021
De bal is gaan rollen toen de Hoge Raad in december 2021 oordeelde dat het oorspronkelijke box 3-stelsel in strijd was met het Europese discriminatieverbod en het eigendomsrecht. De forfaitaire berekening van het rendement in box 3 viel vaak hoger uit dan het werkelijk rendement. Dit leidde in bepaalde gevallen tot een oneerlijke belastingdruk, vooral voor belastingplichtigen die minder risicovol belegden (zoals spaargeld).

Herstel- en Overbruggingswet
Naar aanleiding van het Kerstarrest is de Herstelwet ingevoerd om het stelsel te corrigeren voor de belastingjaren 2017 tot en met 2022. Ook is de Overbruggingswet ingevoerd om de periode tot invoering van een nieuw systeem te overbruggen. Naar verwachting zal per 2027 een systeem worden ingevoerd waarbij het werkelijk rendement in de heffing wordt betrokken.

Ook in de Herstel- en Overbruggingswet wordt nog altijd vastgehouden aan een forfaitair rendement over het box 3-vermogen. Er wordt geprobeerd dichter bij het werkelijk rendement te komen door het vermogen in drie categorieën onder te verdelen: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Elke categorie heeft zijn eigen rendementspercentage. Dit rendementspercentage wordt jaarlijks aangepast om de realiteit zo dicht mogelijk te benaderen.

D-day-arresten van 6 juni 2024
In zijn arresten oordeelt de Hoge Raad dat aan de Herstel- en Overbruggingswet exact dezelfde bezwaren gelden als die kleefden aan de box 3-systematiek, waarover de Hoge Raad in het Kerstarrest heeft geoordeeld. Ook de Herstel- en Overbruggingswet zijn in strijd met het discriminatieverbod en het eigendomsrecht.

De Hoge Raad bespreekt in de arresten hoe rechtsherstel moet worden verleend. Als het werkelijk rendement lager is dan het forfaitair rendement dan zal enkel belasting geheven worden over het werkelijk rendement. De Hoge Raad gaat daarbij, anders dan zijn eerdere arrest, in op hoe het werkelijk rendement moet worden vastgesteld. In een apart nieuwsbericht lichten wij toe hoe het rendement moet worden vastgesteld.  

Ook lag de vraag voor of een belastingplichtige recht heeft op rentecompensatie als zijn belastingaanslag wordt verminderd vanwege het rechtsherstel box 3. De Hoge Raad hanteert als uitgangspunt dat de Belastingdienst geen rente hoeft te vergoeden. Er bestaat alleen een uitzondering voor de gevallen waarin het bedrag van de wettelijke rente meer bedraagt dan de belastingvermindering in box 3.

Conclusie naar aanleiding van de arresten
Als het forfaitair rendement hoger is dan het werkelijk rendement moet rechtsherstel plaatsvinden. Dit houdt in dat de belastingaanslag wordt verlaagd zodat alleen het werkelijk rendement wordt belast. De belastingplichtige moet dit aantonen. Of dit voor de Nederlandse overheid inderdaad de miljardenstrop is waar de kranten over schreven is de vraag. Dit zal sterk afhangen van de samenstelling van het vermogen van belastingplichtigen en de te belasten rendementen.

Wij zijn graag bereid om met u mee te kijken en verwijzen u voor een nadere toelichting naar het artikel “Werkelijk rendement in box 3 volgens Hoge Raad”.